Van niets, iets maken

Henrike van Engelenburg regisseerde jarenlang onze zandkunstenaars. Inmiddels staat zij zelf met veel plezier achter de zandtekenbak. We stellen haar een paar vragen. (van de redactie 2BEmoved.nl)

Wat trekt je zo aan in zandkunst?
"Het feit dat je van niets iets maakt en dat, zodra het verhaal weggeveegd is, er weer niets overblijft. Toch merk ik dat er iets gebeurt met de mensen die ernaar kijken. Het verhaal raakt hen, ze nemen het mee naar huis, ze veranderen. Die vergankelijkheid van zandkunst en het ongrijpbare effect ervan, dat trekt mij enorm."

Je maakt graag verhalen. Waarom maak je niet gewoon één tekening?
"Een tekening maken kan ook en dat doe ik regelmatig, bijvoorbeeld een raamkunstwerk of schilderij. Het is heerlijk om aan te werken, omdat je tot in detail een beeld kunt uitwerken. Maar een verhaal heeft kracht, het kan mensen veranderen. Ik hou van verhalen. Als theaterproducent bracht ik verhalen op het toneel, als schrijver geef ik er woorden aan, en beeldverhalen zijn een mooie aanvulling daarop."

Je doet zoveel verschillende dingen. Waar leer je dat allemaal?
"Ik begin er gewoon aan en merk vanzelf of het levensvatbaar is. Er is ook veel mislukt hoor," (Henrike lacht vrolijk), "maar ja, als je het niet probeert, weet je nooit of je het had gekund. Als regisseur had ik natuurlijk wel achttien jaar ervaring met zandkunst, dus ik wist hoe het moest, maar het zat nog niet in mijn handen. Handen hebben ook geheugen, wist je dat? Dat leerde ik van muziek maken. Ik speel dwarsfluit en een beetje piano. Als je je instrument bespeelt, denk je er niet over na, net als fietsen. Dat geheugen, hoe dat moet, zit in je lijf. Omdat zandtekenen al in mijn hoofd geprent zat na al die jaren films maken, kijken en regisseren, was het een kwestie van het doorgeven aan mijn handen en durven."

Maar je wist al wel dat je kon tekenen, toch?
"Ja, dat wist ik. Op de middelbare school had ik altijd tienen voor tekenles, maar ik had nooit gedacht er iets mee te gaan doen. Ik dacht altijd dat anderen het beter konden. Dat dacht ik ook met schrijven. Na de middelbare school heb ik nooit meer getekend, het was zesendertig jaar geleden! Maar ik realiseer me nu dat ik mijn lat te hoog legde: mijn zes is voor een ander een negen. Mijn zesjes zijn dus goed genoeg!"

Maar is dat niet frustrerend, dat je jezelf altijd een zes geeft?
"Ja, dat is het altijd geweest. Daarom begon ik er nooit aan. Maar ik heb het geaccepteerd, het kan altijd beter en dat is goed. Zonder die hoge lat zou ik mezelf niet ontwikkelen of mezelf tot betere prestaties aanmoedigen."

Ben je niet bang om te falen?
"Nee, falen is niet erg. Het is maar zand. Als het niet lukt, veeg ik het weg en begin opnieuw. Dat geldt voor de meeste dingen in het leven."